023

Toekomstig oud-redacteur Evert van Zuiden overdenkt zijn zonden. En die van Harry.

Gedemotiveerd raapte Evert de krant op en legde hem op de rand van de salontafel. Hij kon er amper bij. Daarna ging hij maar weer verder met het begieten van de plantjes. In feite had Dennis gelijk. Op Harry kon je inderdaad niet altijd rekenen, sterker nog: op Harry kon je eigenlijk nooit rekenen. Als hij iemand ontsloeg, nam hij hem de volgende dag weer aan. Leuk voor de ontslagene, maar veel geloofwaardiger werd je er niet op, als hoofdredacteur. Hetzelfde gold voor de bonnetjes. Er belandden nu en dan verschillende nota’s op zijn bureau met dezelfde datum en tijd. Dat klopte dus niet: óf Harry had aan een leverancier gevraagd de bon te veranderen – wat stom was, want Evert kwam er hoe dan ook achter, zo groot was de regio Eindhoven nou ook weer niet – óf Harry verzamelde ook de facturen van iemand anders. Van Neon bijvoorbeeld of van één van zijn lovers. Wat moest Harry anders bij een nailstudio, een kapperscongres of een sportschool? Niets natuurlijk.

Wel viste Harry altijd precies díe enveloppen uit de brievenbus waarvan hij wist dat het de premièrekaartjes waren van de Nederlandse Opera, het Nationaal Ballet of het Nederlands Danstheater. Als Evert dan later de persvertegenwoordiger aan de telefoon had die vroeg waarom er in het Homo Blad geen recensie had gestaan, moest hij naar waarheid antwoorden dat hij geen toegangsbewijs of iets wat daar op leek had gezien. Geen wonder: Harry was met Neon of met iemand anders wel naar de voorstelling geweest, maar had geen mens er wat van verteld.

Iets dergelijks gold voor bespreekexemplaren van boeken. Door Harry aangevraagd, betekende: verstuurd naar diens privéadres. Daardoor kwam het dat de hoofdredacteur die nou niet bepaald bekend stond om zijn belezenheid, laat staan om zijn parate kennis, toch beschikte over een bibliotheek waar menig buurman – vaak gepromoveerd of zelfs hoogleraar – jaloers op kon zijn. Harry besteedde soms complete avonden aan het maken van vouwbewegingen in de rug en het in rap tempo omslaan van pagina’s om het boekwerkje in kwestie een stukgelezen uiterlijk te doen geven. Dat kon mooi worden gecombineerd met het beluisteren van cd´s of het bekijken van dvd´s die hij ter recensie had aangeboden gekregen, of liever: had opgevraagd. Het resultaat was hetzelfde: Harry genoot ervan, maar er verscheen niets over in het Homo Blad.

Het was een raadsel waarom het kersverse Kamerlid dit gedrag zo lang had kunnen volhouden. Je zou er na twee of drie pogingen toch mee ophouden als je redacteur, uitgever of producent was? Maar nee hoor: seizoenenlang zat Harry eerste rang in het Muziektheater, tussen de voormalige PvdA-vrienden van Rien Spijker die allemaal wél voor hun kaartjes hadden betaald. Dat Harry zich na afloop in Amsterdamse vijfsterrenhotels verder liet vertroetelen, vergat Evert in zijn vergevingsgezindheid maar even.

041

Gay! En meteen maar Theo van Gogh er achteraan.

Van 2005 tot 2009 was ik columnist voor Gay.nl: een homowebsite bestaande uit profielen, nieuws, ditjes en datjes en – inderdaad – columns. Ook was ik van 2006 tot 2008 columnist voor de Gay Krant, het oudste nog bestaande homoblad van Nederland en Europa, misschien zelfs wel van de wereld. Beide media leven inmiddels in verschillende verschijningvormen voort en dan druk ik me nog zachtjes uit. In de periode waarin ik columnist was, werd Nederland geregeerd door elkaar in hoog tempo opvolgende kabinetten Balkenende. Die (de ex-premier dus) komt dus regelmatig in de columns voor, net als Rita Verdonk, Wouter Bos en Ahmed Aboutaleb: snel verblekende sterren aan een gelukkig lang geleden verdwenen politiek firmament.

Welke onderwerpen worden er nog meer aangesneden? Komen ze: moslims, seks, het VMBO, auto’s, Madrid, Barcelona, ouders en kinderen, Kerst, feesten, Händel, eten en drinken, God, De Tweede Wereldoorlog, joden en nog veel meer. Voor elk wat wils dus. ‘Een columnist moet amuseren, aan het lachen maken, prikkelen en uitdagen; zijn gelijk is minder belangrijk dan de mate waarin hij zijn lezers uit hun tent weet te lokken.’ Aldus Arnold Heumakers in een bespreking van De armen van de inktvis, een verzamelbundel columns van Max Pam.

Bij het opruimen van mijn kastjes resp. het opschonen van mijn computer kwam ik nog een paar van die columns tegen. Ik post ze maar, wie weet valt er nog wat te lachen. De eerste gaat onder meer over Theo van Gogh, tien jaar geleden vermoord door Mohamed Bouyeri. Niet lachwekkend, wel iets prikkelend en uitdagends. En dan druk ik me nog zachtjes uit.

 

 

 

Ik ben geen homo, ik kom voor de muziek

Vorig jaar rond deze tijd volgde ik aan de Rijksuniversiteit Leiden een postdoctorale cursus Islam en Moslims in Nederland. Op de eerste bijeenkomst werd iedereen aan elkaar voorgesteld. Veel deelnemers bleken afkomstig uit de zorg, het onderwijs en de plaatselijke politiek. Een enkeling vermelde als beroep journalist of reclameman.

De collegezaal was afgeladen: iedereen zat tegen elkaar aan wat het maken van notities bemoeilijkte. De geur die er hing: een combinatie van zweet, automaatkoffie, menstruatie en ander kruisvocht, kende ik nog van vroeger. Watervaste stiften voor het whiteboard ontbraken en ook de beamer deed het niet. Kortom: sinds mijn afstuderen (1997) was er niets veranderd.

Halverwege het voorstelrondje was ik aan de beurt om mijn introductiepraatje te houden. Ik stond op, vatte mijn cv samen en zei zo terloops mogelijk dat ik bezig was met een boek over homo-arabieren. Werktitel: ‘Ik ben geen homo, ik kom voor de muziek’. Prompt viel de collegezaal stil. Iets met homo’s, iets met Arabieren (lees: moslims): dat vraagt om ellende. De heren (maar vooral dames) zorgverleners, onderwijsgevenden en locale politici keken belangstellend achterom. Geheel tegen mijn extraverte natuur in was ik blij dat ik weer kon gaan zitten.

De cursus werd gegeven volgens de Blended Learning Methode: een deel van de stof werd via een internetpagina aangeboden en wekelijks was er een chatsessie. Maar ook waren er gewone contacturen en natuurlijk die goeie ouwe syllabus. Alleen al het lezen van dat laatste boekwerkje zou voor veel moslims wel eens een openbaring kunnen zijn. Voor veel anderen trouwens ook.

Na afloop van het introductiecollege werd ik nog net niet onder de voet gelopen. Bij wie mijn boek werd uitgegeven, wilde men weten (antwoord: Uitgeverij Bulaaq – bestaat nu niet meer), en waarom was ik eigenlijk aan het project begonnen (uit nieuwsgierigheid). Gaf ik die jongens ook geld? Nou nee, mevrouw, er zit een schilder bij en kostuumontwerper en hun inkomen is veelvoud van het mijne. Maar inderdaad: de meesten hebben geen werk. En ook zij krijgen niets. Was ik ook al eens bedreigd? Ook dat ja. Gek genoeg in een obscuur hol in de Warmoesstraat. Wat ik bedoelde? Dat wilt u niet weten, mevrouw.

We waren halverwege de stof toen Theo van Gogh werd vermoord. Philippe en ik hoorden het in de auto: we zaten tussen Milaan en Florence, waar we voor een korte vakantie een appartement hadden gehuurd. Bij thuiskomst bleek de cursus als een nachtkaars te zijn uitgegaan. De meeste deelnemers waren door de nasleep moslimmoe geworden en ikzelf vormde daarop geen uitzondering. Toch kreeg iedereen die bij voldoende chatsessies en bijeenkomsten aanwezig was geweest en zijn opdrachten had ingeleverd het certificaat.

Ongeveer hetzelfde lot was mijn boek beschoren. Door alle commotie trok de ene na de andere geïnterviewde zich terug, waaronder overigens niet de schilder en de kostuumontwerper. Sommigen wilden hun verhaal zodanig wijzigen dat er niets meer van over bleef, anderen veranderden voortdurend van schuilnaam (waardoor ik plotseling met vijf ‘Hamids’ zat opgescheept) en een enkeling werd van schrik eerst bi- en daarna heteroseksueel.

Een pizzabezorger (die van alle ondervraagden toevallig het ongeloofwaardigste verhaal had verteld) beëindigde zijn medewerking met de smoes dat ‘hij toch alleen maar goed was voor seks’. Van dit staaltje zelfkennis heb ik gelukkig nog vaak mogen profiteren. De laatste opzegging kwam van iemand die zei dat er ‘in deze tijd zo negatief over Moslims wordt geschreven in de media. Dat zal jij straks ook wel gaan doen.’ Nou was ik dat helemaal niet van plan, maar ik vermoedde ook dat die bewering niet klopte.

De bevestiging daarvan stond vorige week in de Volkskrant en in NRC/Handelsblad. Onderzoekers aan de Universiteit van Amsterdam hadden aangetoond dat kranten, televisie en andere media na de moord op Van Gogh juist een verzoenende, begripvolle en interpreterende toon hadden aangeslagen. De paginagrote stukken met uitleg over de ‘Islam en Moslims in Nederland’ herinnerde ik me nog goed. Ze waren een samenvatting van onze eigen, helaas zo weinig gelezen, goeie ouwe syllabus.

Gay.nl, november 2005

 

056

De figuur waarop onze held Harry Kardol is gebaseerd, heeft zijn huis te koop gezet. In De Zorgpartij staat een buurtomschrijving…

Hij keek uit het raam. In zijn villaparkje woonden voornamelijk Philipsdirecteuren die niet waren meeverhuisd naar Amsterdam. Tweede garnituur dus, wist zelfs Harry. Met de jaren had hij hun auto’s zien veranderen. Van een Mercedes E-klasse naar iets daaronder, een C-klasse of zo, en daarna een Volkswagen Passat en ten slotte een Golf. Het boodschappenwagentje voor de vrouw was allang de deur uit gedaan.

Het was een recent ontworpen wijkje geweest toen hij zijn bungalow kocht. Van de tekening. Hij had het laatste bouwnummer wat resulteerde in huisnummer 100. Voordeel: iedereen onthield het. Nadeel: het huis stond aan het eind, of aan het begin: het was maar hoe je het bekeek, van de straat die het buurtje met de weg naar Eindhoven Centrum verbond. Steeds slechter ziende buren reden steeds vaker per ongeluk Harry’s oprijlaantje in en knalden dan niet onzacht tegen de garagedeur. Ondanks de klap bleef het meestal bij blikschade: de auto’s waren weliswaar steeds kleiner en goedkoper geworden, maar ook een stuk veiliger.

Harry merkte al snel dat ’s avonds de koplampen van het wagenpark van het voormalige Philipsmanagement bij hem door de ruiten schenen. Een winter lang had hij dat wel spannend gevonden: het deed hem denken aan de eerste darkrooms die hij samen met Jaap had ontdekt. Maar de herfst daarop begon hij zich er wild aan te ergeren. Een Homo Blad-bijlage over zonwering en een flink stuk bartening deed gelukkig wonderen. De adverteerders hadden wel vreemd opgekeken, raambekleding was namelijk een voorjaarsonderwerp, maar Harry had ze de oren van de kop gekletst over laag staande zon en andere smoezen. Drie weken later was de bungalow aan de voorkant lichtdicht.

095

Harry en zijn oplages: gewoon, omdat het kan…

De week daarop verscheen hij in de belangrijkste talkshows. Dat hij minstens een kop groter was dan de overige gasten aan tafel gaf hem automatisch een zekere autoriteit. Natuurlijk wist niemand iets van de mapjes met informatie die klaarlagen in de Lexus, maar wat maakte dat uit? Harry hield van de camera en de camera hield van hem. Als hij op tv was geweest steeg de oplage van het Homo Blad. Tenminste: dat vertelde hij de redacteuren. Hoe dan ook ontsloegen zijn televisieoptredens hem van vervelende klusjes als vergaderen, het voeren van functioneringsgesprekken en het houden van toezicht op de financiële administratie. Dat hij bijgevolg zo goed als nooit op kantoor was, moesten ze maar voor lief nemen. Post met zijn naam erop ontwikkelde zich soms tot een berg die niet eens meer in de verhuisdoos paste die speciaal voor dit doel naast Harry’s bureau was neergezet.

Zijn publieke optredens brachten hem regelmatig in de hoofdstad. Want hoe hij ook hield van het platteland en hoe groot ook zijn betrokkenheid was bij het COC afdeling Noordoost Brabant-midden, op gay-gebied gebeurde het toch allemaal in Amsterdam. Niet alleen zat daar het hoofdbastion van het COC en het Aids Fonds – waar hij natuurlijk vaak moest zijn, ook liet hij zich regelmatig zien in de Reguliersdwarsstraat, de Halvemaansteeg en de Kerkstraat. Het voorzitten van jury’s, het presenteren van gala’s, het openen van kroegen: hij werd er altijd weer voor gevraagd en in vrijwel alle gevallen vonden de festiviteiten binnen de grachtengordel plaats.

Hetzelfde gold voor vergaderingen ter bepaling van de subsidie voor experimentele homokunst, een forum teneinde het beeld van homoseksuele asielzoekers vast te stellen en het aanbieden van eerste exemplaren van boeken met homothematiek. Bovendien waren televisieopnames steeds vaker in Studio Plantage en in de Westergasfabriek, in plaats van op het Hilversumse mediapark. Kortom: minstens een keer per week reed de gouden Lexus naar Amsterdam. Met altijd de plastic mappen vol informatie binnen handbereik.

099

Harry is (bijna) aan het eind van zijn avonturen. Vandaar hierbij een paar (bijna) laatste alinea’s…

Het barpersoneel was intussen aan het bellen met twee verschillende telefoons. Op Evert na, merkte niemand dat op. Maar nu kwam Harry in actie. Hij stapte naar voren, maakte zich nog groter dan dat hij al was en hief zijn handen ten hemel. ‘Dame! En heren’ tetterde hij door de zaak. ‘Vrede op aarde! We maken allemaal vergissingen en we zeggen allemaal wel eens iets waar we later spijt van hebben. Zeker onder invloed van alcohol. Vandaar dat ik…’.

‘Man, ik ben broodnuchter,’ krijste Neon terug. Hij maakte een slaande beweging naar Harry, die meteen achteruit deinsde. Toen ging het snel. Jaap viel van zijn kruk. Het personeel stortte zich op Neon, die met de kapotte bierpul om zich heen aan het slaan was. Alphons en Dennis drukten zich tegen de bar om niet geraakt te worden. Harry verschool zich tussen de gasten. Buiten stopte een politieauto, Evert merkte het aan het zwaailicht dat stroboscopisch tegen de muur weerkaatste. Een moment later stonden twee agenten in de zaak. Ze vroegen niet eens wat er aan de hand was, maar pakten Neon bij zijn polsen en draaiden zijn armen op zijn rug. Daarna werd hij afgevoerd naar de uitgang en achterin de auto gezet. Evert hoorde de klap van de autodeur. Neon had niet eens geschreeuwd, laat staan zich verzet. Een van de agenten kwam terug en begon achter de bar een gesprek met de eigenares. Binnen de minuut was het weer rustig.

De meeste gasten die naar buiten waren gegaan, kwamen weer binnen en gingen aan tafel zitten. Het personeel bood ze een drankje aan en nam alsof er niets was gebeurd hun bestelling op. Hooguit gedroeg iedereen zich wat minder formeel. Er werd op schouders geslagen en over hoofden geaaid. Dennis en Alfons hielpen Jaap overeind en zetten hem weer op zijn kruk, met het menu in zijn kruis. Arif maakte aanstalten om achter Neon aan te gaan, maar Spijker hield hem tegen. ‘Zelf laten oplossen,’ lispelde hij Arif in het oor. ‘Zelf laten oplossen.’ Evert ving het op en vond het zielig. Neon had het immers ook niet altijd makkelijk gehad, al die jaren met Harry. En daarvoor dan zo’n bestaan als circusartiest.

051

Er verdwijnen in werkelijkheid tonnen subsidie, maar in (of liever: uit) de ZorgPartij verdwijnen complete hoofdstukken. Ongelukkigerwijs sneuvelde nummer 13. Hierbij de eerste twee delen daaruit.

H 13

 

1)

 

Uitgeput werd Harry wakker. Hij lag in een kamer die gedomineerd werd door bruintinten. Bruine gordijnen die licht doorlieten, een bruin hoogpolig tapijt en bruin behang met een dun gouden streepje erdoorheen. Alles was bruin. Ook de binnenkant van zijn hoofd leek wel een geplette en verrotte pompoen die al een paar weken stinkend lag te rotten. God wat een nacht. Hij had een doffe, zeurende koppijn. Zou hij niet meer tegen drank kunnen? Hij voelde zich zo moe dat het leek alsof hij op het punt stond naar bed te gaan in plaats van eruit te komen. Zijn mond voelde aan alsof de binnenkant met kurk was bekleed. Met zijn tong schraapte hij langs zijn gehemelte. Hij moest hoognodig een slok water drinken. Maar waar was hier de keuken of de badkamer? Of de wc?

Hij keek omhoog. De kamer had een opvallend hoog plafond. Rechts van hem bevond zich een muur met daarnaast een trap naar een hoger gelegen verdieping. Het plafond zelf liep op hetzelfde niveau door. Langzaam begon hem iets te dagen. Hij keek op zijn Breitling: het was tien uur. Op de wijzerplaat zat aangekoekt overgeefsel. Hij knipperde met zijn ogen. Waar was zijn bril? Hij tastte om zich heen, maar vond hem niet. Ergens bromde zachtjes een airco. Vanaf de verdieping, eigenlijk was het een soort entresol, klonk gezang. Hij herkende de melodie van ‘Ja, dat is Harry’. Was hij met iemand van het nonnenkoor naar bed geweest? Maar nee: deze stem was lager en trof bovendien de juiste toonhoogte. Dat was bij die bejaarden gisteren wel anders geweest.

Opgelucht realiseerde hij dat Neon het was die zong. ‘Wie dragen er een gordelbom/en hebben hem altijd om? Dat zijn de moslims! Dat zijn de moslims!’ Ha gelukkig, dacht Harry. Hij was gewoon met zijn wettige eega in een kamer in het Victoria Hotel blijven slapen. Dat hij daar niet eerder op was gekomen. Niets ernstigs, niets problematisch, niets om je zorgen over te maken. Als er straks fotografen voor de deur stonden, liep hij doodgemoedereerd met echtgenoot en al naar buiten. Kater of geen kater. ‘Moslims, zie je liever niet…’ zong Neon vrolijk verder. ‘… stuk verdriet! Moslims!!! Ik…’. Harry verstond het allemaal niet precies. Hij draaide zich om. Tussen de tekst van het lied door, hoorde hij nu ook het klateren van een douche en het stromen van een kraan. Neon stond zich natuurlijk te scheren, op de entresol bevond zich de badkamer. Zo zat het. Een pijnscheut in zijn hoofd veroorzaakte een oprisping, nog net op tijd kon hij wat gal wegslikken.

Straks maar drie of vier paracetamolletjes nemen, overwoog hij. En de hele dag op Rennies blijven zuigen. Hij merkte nu pas zijn bril op, die lag gewoon op de sprei. Ook dit was bruin, net als het Tv-meubel met daaronder de minibar. Misschien zat er nog een blikje bier in, daar knapte hij meestal wel van op. Hij zette zijn bril op, kroop het bed uit en opende het gordijn. De kamer gaf uitzicht op een grijze betonnen muur. Nou, gezellig was dat. Gelukkig waren ze hier zo weer vandaan. Maar eerst dat biertje pakken. Hij bukte zich, liet een wind en opende de deur van de ijskast. Er stond niks in.

Ook dat nog. Hopelijk had hij nog wel wat paracetamol, ergens. Hij ging op bed zitten en krabde in zijn schaamhaar. Wat was er allemaal gebeurd? Er stond hem vaag iets bij: hoe hij terug was gelopen van de schoenpoetsmachine en in het zaaltje was ontvangen. De weinige ZP-leden die waren achtergebleven, hadden hem begroet met een daverend applaus. Alsof het was afgesproken. Daarna had hij een opzwepende speech gehouden, als in zijn beste dagen. Voor een deel had hij Evert’s tekst aangehouden, maar ook had hij een groot stuk geïmproviseerd.

Paradoxaal genoeg herinnerde hij zich uitgerekend het stuk dat hij had verzonnen: ‘Ouderen hebben zorg nodig, beste mensen, maar de zorg heeft ook ouderen nodig. Ga met klachten naar de dokter en meldt u aan! Zorg dat de patiëntenpopulatie voldoende groot is in de kenniscentra! Deel uw eigen kennis met uw arts!’ Het was tijdens dit deel van de toespraak wel wat stil geworden in de zaal, stiller dan tijdens de entree van Rutte, maar lag dat aan hem? Nee: de oorzaak was dat er om de haverklap uitslagen binnenkwamen via de door Rien Spijker gehuurde TV’s. Tijdens de uitzending was duidelijk geworden dat de ZP bleef staan op twee zetels. Teleurstellend misschien, maar ook weer geen ramp.

Maar waarom was het dan zo rustig? Harry had het tegen niemand hardop durven zeggen, en tegen Spijker al helemaal niet (hoewel die het natuurlijk wel wist), maar de natuurlijke aanhang van de ZorgPartij bestond in feite uit oudere SP- en PVV-stemmers. Ontevreden over alles, maar Agnes Kant en Emile Roemer pruimden ze niet en van het gekanker van Geert Wilders op de moslims kregen ze een baard. Het deed ze alleen maar aan de Jodenvervolging denken.

Wat ze wel graag zagen was een stevig pensioen, alle zorgkosten betaald en AOW vanaf het zestigste levensjaar. De voorzitter had nog even overwogen om na Harry’s aantreden als kandidaat-lijstrekker de naam te veranderen in de 60pluspartij, niet geheel toevallig was ook Harry ongeveer 60, maar ZorgPartij bekte beter. Uiteraard omdat de afkorting ZP heel erg leek op SP. Die partij nu, kelderde in de loop van de avond naar bedenkelijk niveau. En ook de PVV zonk weg in het electorale moeras, net als het CDA – ook al zo’n partij voor zorgvragers, zoals bejaarden tegenwoordig netjes heetten.

Harry had het met lede ogen aangezien. En hij was niet de enige. Het werd sommige partijleden bleek om de mond en weer anderen kregen een rood waas voor ogen: dat de ZP op twee zetels bleef staan, vooruit… Maar juist de zusterpartijen, waarmee straks zaken moest worden gedaan, waren in zetelaantal gehalveerd. Hoe kon dat nu? Na zijn speech had Harry een beleefd applausje in ontvangst genomen en een paar biertjes gedronken. Op een nuchtere maag, maar dat moest kunnen voor een keertje. Verder wist hij nog dat hij een paar journalisten te woord had gestaan en dat de zaal langzaam was leeggelopen. Op Rien Spijker en Neon Kardol – Westhiner na, had niemand een kamer geboekt. Maar daarna? Hij probeerde zijn gedachten te ordenen, het lukte hem maar half.

 

2)

 

Hij schrok op van het geluid van een dichtklappende deur op de entresol. Neon verscheen bovenaan de trap, voorzien van een reusachtige erectie. Hij keek naar het bed en zag dat Harry hem aanstaarde. ‘O, ben je wakker,’ zei Neon en draaide zich om. Hij opende deur weer en zette hem wijd open om Harry het uitzicht op wat ging komen te belemmeren. Het ging ook allemaal razendsnel. ‘Hey, joh, oprotte!’ hoorde Harry hem roepen. ‘Pleur nou op, gast!’ Er klonk gestommel. Ook rinkelde er glaswerk. Nu vloog de deur van de hotelkamer open. Harry zag nog net dat een bruine  jongen met alleen een boxershort aan vanuit de badkamer de gang op rende. Neon gooide een stapel kleren achter hem aan en ook een paar schoenen. ‘Tief op, kankerturk!’ riep hij de jongen na. Met een klap sloot hij de badkamerdeur achter zich, de hotelkamerdeur sloeg vanzelf dicht.

Wat nou weer, dacht Harry. Hij trok zijn onderbroek naar zich toe, maar die zat blijkbaar ergens aan vast. Want hoe hij ook sjorde, het kledingstuk kwam niet van zijn plaats. Hij begon nog harder te trekken, maar ook dit leverde niets op. Hij zette zijn bril recht en keek naar het stuk stof dat hij zijn handen had. ‘O wacht, het is het laken,’ zei hij hardop. Zijn onderbroek had hij netjes over een stoel gelegd, zag hij nu. Gedachteloos trok hij het grote witte vod aan. In de badkamer klonk weer wat gerommel. Toen ging de deur open. Neon kwam van de trap af naar beneden. Over onderbroeken gesproken, dacht Harry. Hij merkte dat zijn mond weer wat natter werd.

Neon droeg een zogenoemde trunk van Bikkembergs, een Belgisch merk van een ex-profvoetballer die nooit uit de kast had durven komen, wist Harry. Het stond hem – Neon dus – fantastisch: zijn gebruinde en gespierde dijbenen kwamen er bijna sierlijk onder uit en contrasteerden sexy bij het babyblauwe broekje. Vanuit de heupband kroop een stoer blond streepje haar naar zijn navel, voor het overige was Neon onbehaard. Nou ja, op zijn krullenkop na dan. ‘Waar is je portemonnee?’ beet hij Harry toe. ‘Waarom?’ vroeg die. ‘Zeg het maar gewoon.’ Omdat Neon het blijkbaar al wist, liep hij naar de kast. Hij bevoelde Harry’s keurig opgehangen Brioni. Na een paar seconden had hij Harry’s stevig gevulde geldbuidel te pakken. Hij sloeg de muntjes over, opende het vak met briefjes en begon te tellen. ‘Hoeveel had je gisteren bij je?’ vroeg Neon tussendoor. ‘€ 7000,= en nog een klein beetje,’ mompelde Harry.

‘Mooi zo,’ zei Neon en overhandigde Harry de portemonnee. ‘Klopt wel ongeveer.’ Als kermisklant was Neon gewend snel geld te moeten tellen en als kapper natuurlijk ook. Hetzelfde kwam voor bij barmedewerkers, drugsdealers en glazenwassers. En bij hoeren, maar dat vergat Harry meestal, net als de rest van Neon’s verleden. Maar waarom hier en nu? Neon kwam zelf met het antwoord: ‘Die Turk van daarnet had me zowat beroofd, wist je dat? Ik kon hem nog net op tijd eruit flikkeren. Misschien had ‘ie van jou ook wel wat gejat. Het was een messentrekker. Dat ze daar niet beter op letten in dit hotel. Ze laten ook zo maar iemand binnen. Gelukkig was ik op m’n hoede.’

‘O?’ vroeg Harry en zette een bezorgd gezicht op. ‘Maar uh… eerst was je nog aan het zingen, toch? Dan was er dus niets aan de hand. En volgens mij stond die Turkse  jongen gewoon onder de douche. Of voor de spiegel zich af te drogen. Ook al niks bijzonders. Je werkte hem pas de deur uit toen je mij had gezien. Nou ja, maakt niet uit hoor, als je gasten hebt. Dat weet je toch? Maar goed, ik heb een beetje hoofdpijn. Ik ga even wat paracetamol nemen, in de badkamer. En doe je daarna je broekje weer uit, schat? Lijkt me heerlijk! Zo vaak slapen we niet meer samen in een vijfsterrenhotel en dan kunnen we meteen…’.

‘Niks d’r van,’ kapte Neon hem af. ‘Ik ga me aankleden en jij ook. Je hebt een drukke dag. Om half elf heb je een afspraak in de lobby met Spijker en om elf uur staat Alphons voor de deur met de auto klaar. Daarmee gaan jullie allemaal naar Best. Vergeet niet dat daar nu het partijkantoor is én dat jullie nu officieel twee zetels hebben. Je moet dus de hele tijd van Brabant naar Den Haag heen en weer rijden en dat kost tijd. Eigen schuld, maar goed. Ik blijf vandaag in Amsterdam. Weet je dat ook alvast. Je ziet me wel weer verschijnen. Ik neem wel de trein naar Eindhoven en dan een taxi. Van jullie geld uiteraard, ik heb gisteren genoeg gedaan. Zie het als een beloning, en o ja: ik ga zeker niet met de bus. Eindhoven Centraal vind ik al zo’n ramp, met al die studenten.  Dus: naar boven jij, naar de badkamer. Tot later!’

‘O,’ zei Harry nog maar eens een keer en haalde zijn schouders op. Met een bonkend hoofd liep hij de trap op naar de badkamer. In zijn toilettas vond hij een stripje paracetamol. Hij nam een glas water en slikte een paar tabletjes weg. Alleen al van de smaak van vers Amsterdams leidingwater knapte hij op. Het zag er keurig uit hier, merkte hij op. Helemaal geen sporen van braak of van een gevecht. Nergens bloed of glasscherven. Hij hoorde hoe Neon in de kamer een telefoongesprek voerde. Hij deed zijn onderbroek uit en ging op de wc zitten. Toen pas viel hem op dat de complete inhoud van de minibar onder het wastafelmeubel stond. Alle flesjes waren leeg.

 

057

De ZorgPartij: een snipper uit de prullenbak…

Daar deed hij zijn gulp dicht en veegde zijn handen af aan zijn broek. In overleg met Evert en Alphons, had Spijker een aantal bijeenkomsten met potentiële kiezers gepland. Wie weet konden daar ook vrijwilligers uit worden gerekruteerd, er was immers nog veel werk te doen. De eerste meeting was met een vertegenwoordiger van de Stichting Toen en Nu Actief. Alphons had een mapje gemaakt met daarin alle voor Harry relevante informatie. Hij legde het op tafel en begon te lezen.

‘Toen en Nu Actief is een stichting die tot doel heeft arbeidsuitgeschakelden uit alle delen van de maatschappij en uit alle regio’s van Nederland bij elkaar te brengen om de weekenden, maar soms ook de weekdagen zinvol door te brengen. We komen samen in centraal gelegen plaatsen: Utrecht, Amersfoort en Apeldoorn en omgeving. De donateurs zijn afkomstig uit alle lagen van de bevolking, maar zijn over het algemeen werkzaam geweest in de zorg, binnen het onderwijs en voor culturele instellingen. Dat schept gemeenschappelijke interesses: wandelen, fietsen, museumbezoek, natuurstudie en -behoud en op regelmatige basis wordt er een lezing of een workshop georganiseerd. Niet voor niets is een van de motto’s van Toen en Nu Actief: ‘Je bent nooit te oud om te leren.’’

O Jezus, dacht Harry en ging zitten. De stoel kraakte daarbij vervaarlijk. Met zijn mouw veegde hij een paar verse koffievlekken van het formica. Het mapje schoof hij terzijde en hij pakte een stapeltje A4tjes met daarop het logo van het Homo Blad. Dat bestond uit een gestileerd silhouet van Freddy Mercury, compleet met weelderig haar en forse snor. Ernaast schreef hij: ‘Toen en Nu Actief’. Alphons kwam opgewekt binnen: ‘Harry, ik heb Meneer Captein voor je!’

‘Van de Stichting Toen en Nu Actief?’

‘Jazeker!’ klonk het in koor, want de bariton van Alphons had zich intussen harmonieus gemengd met de hoge tenorstem van een klein mannetje dat zich tussen hem en de deuropening had door geperst. Met een paar nordic walking stokken duwde hij Alphons opzij. Die gebaarde naar Harry dat hij het ook niet allemaal begreep en verdween naar de gang, richting zijn eigen kamer. ‘Ik ben Arie Captein! Hoofdletter C korte ei!’ riep het kereltje. Hij liep richting Harry. Die stond op, stelde zich voor en schoof een stoel bij. Hij kreeg bijna een oprisping, maar zei nog net op tijd: ‘Neem plaats, Arie.’

‘Dank je,’ zei die, ‘ik heb veel van je gehoord.’

‘Mooi,’ antwoordde Harry en ging weer zitten. Bijna ongemerkt stak hij een Rennie in zijn mond. ‘Luister Arie, we hebben je adresgegevens van Rien Spijker. We zoeken eigenlijk twee dingen. Allereerst: dé ZP-stemmer. We weten eerlijk gezegd niet wie dat is. De ZorgPartij richt zich in principe op alle ouderen. Dus niet alleen op senioren met een zorgbehoefte, al komt het daar in de wat hogere leeftijdscategorieën natuurlijk wel op neer.’

‘Per definitie,’ vatte Arie een en ander samen. ‘Natuurlijk,’ zei Harry die niet wist wat een definitie was. Snel ging hij verder. ‘Omdat ouderen de laatste jaren telkens opnieuw zijn gepakt als het gaat om hun AOW, hun pensioen, hun AWBZ en bijvoorbeeld ook hun aanspraak op zorgvoorzieningen, zoals incontinentieluiers en stomamateriaal, concentreren we ons in principe op alle mensen die mede door de foute regeringsbesluiten van het afgelopen decennium koopkrachtverlies hebben geleden. De oorzaken, dat weet je, zijn legio. De hogere BTW, de combinatie van accijnsverhoging met het rookverbod in kleinere cafés, het stevig toegenomen eigen risico binnen de basisverzekering, de toegenomen macht én winst van de zorgverzekeraars, noem maar op: het is allemaal eigenlijk te gek voor woorden. Ik, ik bedoel, wij, wij hebben nu eindelijk de kans om samen met de… .’

‘Maar Harry,’ interrumpeerde Arie hem, ‘al die maatregelen gelden toch niet alleen voor mensen van onze leeftijd? We zouden juist moeten zoeken naar punten die voor senioren van belang zijn. Ik denk dan aan…’

‘Nou, maar ik ben nog niet klaar,’ riep Harry er doorheen. ‘Want waar we ook nog naar zoeken is naar een compleet ouderenleger van belangeloze menskracht. Geen mankracht, geen vrouwen power: menskracht! Iedereen is welkom. Je weet: de ZorgPartij is een arme club. We kunnen op een enkel Eerste Kamerlid en diens medewerker na, geen betaalde krachten aannemen.’ Hij zag dat Arie naar zijn gouden Breitling keek. Een paar keer schoof hij tussen het praten door met zijn jasje over de armleuning van zijn stoel die daardoor nog hinderlijker ging kraken. Het resultaat was gelukkig wel, dat zijn mouw over zijn horloge gleed die daardoor aan het zicht werd onttrokken.

Hoewel Harry er aan had gedacht rustig te blijven en zijn stem niet te laten overslaan, was dit niet helemaal gelukt. Hij zuchtte even en concentreerde zich op zijn ademhaling. Intussen merkte hij dat Arie zat te wachten op een conclusie. Zoiets als: omdat we een armlastige partij zijn, werken we alleen maar met vrijwilligers. Hij zoog op zijn Rennie en formuleerde zijn volgende vraag. ‘Wat ik eigenlijk weten wil: wat heb je gedaan gedurende je arbeidzame leven?’

‘Leuk dat je het vraagt!’ zei Arie opgetogen. ‘Ik was Beleidsmedewerker Fietsverkeer bij de afdeling Infrastructuur van de Provincie Flevoland te Lelystad.’ Harry zei niets. Eigenlijk was hij vooral overbluft door de volstrekte overbodigheid van de baan die Arie vroeger had gehad. Maar kwam dat niet even goed uit? Want ondanks dat, of juist daardoor, was de man net zo van waarde voor de ZorgPartij als al die andere nuttige idioten waaruit het vrijwilligerscorps van elke politieke partij werd samengesteld. Canvassen en kop dicht, luidde het motto dat hij van ex-PvdA-er Spijker had overgenomen.

Hij slikte wat maagzuur en de Rennie weg en maakte een paar aantekeningen op het Homo Blad-briefpapier. ‘Uh… ja… mooi. Goed! Komt eigenlijk uitstekend uit, want binnenkort open ik officieel de wijk Maaiveld in Almere. Een nieuwe buurt vol straatnamen van minderheden. Daar ben je vast wel bekend.’ Arie knikte. Het leek wel of zijn hoofd op een steeltje stond, zo dun was zijn nek. ‘Er wordt ook ingezet op minderheden om die wijk te kunnen bevolken. Voor elke minderheid is er een wijk. Om het mensen met een beperking makkelijk te maken zijn er geen trottoirs, voor homo’s worden bosjes aangelegd en de moslims wonen apart, aan de oostkant, met het raam naar Mekka. Logisch trouwens dat ikzelf ben gevraagd voor de opening. Er is immers geen minderheid zo klein of ik heb er ervaring mee. Maar goed, Arie, laten we daarmee dan beginnen. Als jij op verkenning gaat in Maaiveld en uitzoekt hoe bijvoorbeeld die straatnamen precies zijn gaan heten, dan verwerk ik dat in mijn speech. Of er nou een straat naar 50plussers is genoemd of niet: we kunnen er iets mee. Overal is er altijd wel iets te veel van of juist te weinig. Zo gaat dat in de politiek. Bel me deze week even over wat je aantreft, ok?’

‘Prima, maar kan ik niet mailen? Heb je meteen wat tips voor je speech op papier.’

‘Nou, ik heb liever dat je belt. Kunnen we meteen overleggen as we speak!’

‘Komt in orde,’ zei Arie en keek om, of zijn nordic walking stokken er nog wel stonden. ‘Wil je niet weten wat ik allemaal heb gedaan voor Toen en Nu Actief?’

‘Natuurlijk wel,’ zei Harry verstrooid en begon een nieuwe alinea op zijn aantekenblaadje. ‘We waren er alleen nog niet aan toegekomen. Vertel maar!’ Arie deed de gespen van zijn sandalen los, ging verzitten en stak van wal.

 

091

In een laatste poging alles goed te maken, roept Harry zijn vroegere strijdmakkers bijeen

Evert vouwde de krant dicht. Eronder lag een envelop. Eigenlijk wist hij niet wat hij ermee aan moest. De inhoud bevatte een kaart met daarop een uitnodiging voor een etentje met Harry bij wijze van Widergutmachung. Het stond er echt. Vrijdag 1 november, Allerheiligen, ook dat nog. Hij verschoof zijn bril richting zijn voorhoofd.

‘Gaarne nodig ik jullie uit bij Restaurant Zarzo, Bleekweg 7, Eindhoven, om mijn vrijheid te vieren en de kater van de afgelopen periode weg te spoelen. R.s.v.p. vóór 29 oktober via…’ .

Evert las een ander telefoonnummer dan dat van het Homo Blad. Maar het was ook anders dan dat van de Tweede Kamerfractie. Zoiets had hij alleen privé kunnen regelen. Een meevaller, vond Evert, net als de tekst op de kaart. Maar dat ‘jullie’, waar zou dat op slaan? Wie zouden er zijn uitgenodigd? Waarschijnlijk alleen Alphons en hijzelf. Zarzo was een dure tent. Hij was er nog nooit geweest, maar op de computer van de schoonmaakschool van Dennis had hij de website bekeken. Een driegangenmenu kostte € 37,50. Maar de kaart maakte ook melding van zes gangen, wat dan € 70,= kostte. Verhoudingsgewijs iets goedkoper, maar vast met veel meer eten. Hij wist nu al dat Harry dat zou bestellen en het ook aan zijn gasten op zou dringen. Wat ze niet op kregen, schoof hij op zijn eigen bord. Het bijpassende wijnarrangement bedroeg € 45,=. Dus zelfs als het gezelschap beperkt bleef tot Harry, Alphons en hemzelf, zou het een dure avond worden, becijferde Evert. Voor Harry dan, want Evert kon zich inmiddels weinig meer permitteren en hij had zich voorgenomen om zeker niet aan de kosten van het etentje bij te dragen, als hij al op de uitnodiging in ging.

092

Harry: the pride edition!

Er werd een doos binnengebracht met daarin de door hem bestelde papierversnipperaar. Hij mocht een bepaald bedrag aan kantoormeubilair en kantoormachines uitgeven, maar de limiet was nog niet bereikt. En een versnipperaar was nooit weg, wist hij uit zijn tijd als wethouder in Eindhoven. Er schoot hem te binnen dat er toevallig vanochtend in een van de opengeslagen kranten een artikel had gestaan over cokegebruik in verschillende Europese steden. Dat Amsterdam bovenaan stond was geen wonder. Volendam op plek drie echter, was opmerkelijk. Maar helemaal knotsgek werd het pas met Eindhoven op een vijfde plaats. Het stuk maakte melding van routineus drugsgebruik aan de Universiteit, bij Philips en op het Stadhuis, ‘…een praktijk die is ingezet tijdens het wethouderschap van huidig ZP-Fractievoorzitter Harry Kardol.’

Vreemd, dacht Harry, die zich van geen kwaad bewust was. Hij schoof zijn stoel naar achteren. Zelf had hij niet of nauwelijks coke gebruikt. En iets anders ook niet, hij was van ruim vóór de xtc-generatie. Was hem dan zo veel ontgaan gedurende zijn tijd op het stadhuis? Als je het letterlijk nam, was dit alles geen wonder: hij had zijn wethouderskamer nauwelijks van binnen gezien, dus veel merkte hij niet van de gang van zaken. Ook was hij inmiddels vergeten of hij de personeelsafdeling in portefeuille had. Coke gebruikte je meestal op de wc, wist hij van Neon. De burgemeesters en de wethouders hadden daarvoor een apart hokje: logisch dat hij nooit wat had gemerkt. Over tot de orde van de dag, dat was al ingewikkeld genoeg.

064

Verbaasd neemt Evert nota van Harry’s reactie…

Op de eetbar in de keuken lag nog altijd de Volkskrant waarin Evert van Zuiden had gelezen dat Harry was afgetreden als Tweede Kamerlid. Het nieuwsfeit zelf had hem natuurlijk niet verrast. Wel was hij verbaasd over Harry’s reactie. Nee, natuurlijk was Harry geen dictator geweest, al die jaren als hoofdredacteur van het Homo Blad. Maar hij had wel in zijn eentje alle beslissingen genomen. En in de krant noemde Harry het Homo Blad een ‘ideëel collectief’. Natuurlijk kende hij, Harry, zijn verantwoordelijkheden als leider, maar dat was niet ‘…hoe het Homo Blad in die tijd functioneerde.’ Wat zei de Bijbel ook al weer over huichelaars? Hij wist het niet.

De dag van Harry’s aftreden had Nieuwsuur gebeld met de vraag of er op de redactie van het Homo Blad een intimiderende of agressieve sfeer heerste. Dat was niet het geval geweest, had Evert benadrukt en daarna had hij de pers niet meer te woord willen staan. God Heer, zelf was hij zich nu ook al aan het bezondigen door leugens te vertellen. Hij herinnerde zich immers al het gedonder nog goed. Het ondertekenen van de geheimhoudingsverklaring op commando van Harry, waar de ex-hoofdredacteur en het ex-Kamerlid nu een medewerkster de schuld van gaf. Evert kon niet eens meer achterhalen of ze toen wel een medewerkster in dienst hadden gehad. Waarschijnlijk was dat niet het geval. Wat wel klopte, was dat hij en Alphons waren geschrokken van Harry’s dreigement dat als ze niet tekenden het Homo Blad geen banklening meer krijgen. Waardoor dus het tijdschrift failliet zou gaan en zijzelf werkloos zouden raken. Nou ja, dat was in maart alsnog gebeurd.

Evert nam plaats op de kruk waar Dennis normaal gesproken op zat. Hij schoof het peper- en zoutstelletje aan de kant en begon te lezen: