Aandacht voor Dood kind

Soms ben je best wel blij. Bijvoorbeeld voor de aandacht die Dood kind ten deel is gevallen. Bijvoorbeeld op de Alumni-site van de UvA, in het NVVE-blad Relevant en in Vakblad Uitvaart. Nu het laatste interview nog, dan is toevalligerwijs Dood kind precies een jaar geleden verschenen en dan volop concentratie voor de volgende bundel. En oh, ja: gelukkig heeft hoffotograaf Kjell Leknes een nieuw staatsieportret gemaakt. Hierbij het resultaat…

Nieuwe bundel

Intussen werken wij vrolijk (nou ja…) verder aan onze volgende #verhalenbundel. Dit keer vier stuks – en alle vier wat langer dan in Dood kind. Zou die tweede #roman er dan toch nog komen, daarna? Niemand die het weet… Maar zie de schermafbeelding en…

Twintig graden of meer: lente! En verhalen!

Intussen is het stof van de publicatie van en de publiciteit rond Dood kind neergedaald. Graag dank ik iedereen die heeft meegewerkt: (eerste) lezers, de jongens op de uitgeverij, de kopers en natuurlijk ook de verkopers, zeker die van Scheltema aan het Rokin.

Ook het avontuur met (de mannen) van De Gaykrant is alweer voorbij. Samen hebben we een leuk en leerzaam half jaar gehad, waarin we elkaar en anderen goed hebben leren kennen. Dat betekent soms dat je eerder van elkaar afscheid moet nemen dan dat je aanvankelijk had gedacht.

De thermometer tikt de twintig graden aan of zelfs meer. Dat betekent dat het lente is, maar ook  – zeker gezien het bovenstaande – dat er weer geschreven gaat worden. Van mijn volgende bundel is al een (1) verhaal af. Het heet Kerstcantate en gaat over een alleenstaande mevrouw op het Noord-Hollandse platteland, die haar leven overdenkt, gezeten in een elektrische rolstoel.

Ook met het volgende verhaal ben ik aardig op streek. Ditmaal is een Filipijnse jongeman de hoofdfiguur. Hij wordt benaderd door een ongeveer vijftigjarige man die in de buurt woont van het hotel waar hij (die jongen dus) werkt. Ja: ‘ze krijgen elkaar’ en nee: meer vertel ik niet.

Koop voor kerst Dood kind

Natuurlijk tuigt iedereen dit weekend de kerstboom op. Want het is Kerstmis. We (nou ja: bijna alle mensen) vieren daarmee de geboorte van een kind dat zichzelf de zoon van God noemde en dat met de dood, 33 jaar later, moest bekopen.

Dus welk cadeau past beter onder de kerstboom dan het boek Dood kind?

De titel zegt in feite alles – zoals elke goede titel. En over titels gesproken: het titelverhaal is de kerstvertelling van de eeuw. Ja: de eenentwintigste. Advies: allemaal in een slee-met-rendier naar Scheltema (foto rechtsonder) of klikken op een online boekenman (m/v).

Dood Kind in Gay News

In Gay News een spread over Dood kind. De titel klopt al helemaal: iedereen blijft alleen achter. Lees het nu en weet daarna alles over mijn nieuwe boek. En vervolgens: rennen naar Scheltema – of blijf achter je laptop (o.i.d) zitten en bestel Dood kind online.

Presentatie verhalenbundel Dood kind groot succes

Presentatie verhalenbundel Dood kind groot succes

Dinsdag 6 november vond de presentatie plaats van Norbert Splint’s eerste verhalenbundel Dood kind. In een afgeladen VOC Café De Schreierstoren overhandigde Jeroen van der Starre van Uitgeverij U2pi het eerste exemplaar aan Guus Sluiter, directeur van Nationaal uitvaartmuseum Tot Zover.

De avond werd gepresenteerd door uitvaartondernemer en columnist Niels Jens van Niels Jens Uitvaartzorg. Het publiek, soms ingetogen, soms uitgelaten, bemachtigde snel een gesigneerd exemplaar. Splint: ‘Dat iedereen enthousiast is, doet me natuurlijk deugd. Ook ben ik blij met aandacht in vakbladen als Relevant (NVVE) en Vakblad Uitvaart (ondertitel: “Onafhankelijk tijdschrift rondom de dood”). Daarnaast verschijnen artikelen in bekende gay media als De Gaykrant en Gay News, zowel print als online.’

Inmiddels ligt het boek ook gewoon in de boekwinkel, bijvoorbeeld Scheltema aan het Rokin. De grootste en beste boekwinkel van Amsterdam. Wie te lui is of geen zin heeft om de deur uit te gaan, kan natuurlijk ook gewoon naar de webwinkel. Google ‘Norbert Splint dood kind’ en het wijst zich vanzelf.

 

Brief uit New York

Om mijn negenenveertigste verjaardag iets draaglijker te maken, verbleven Philippe en ik vorige week in New York. Je moet toch wát, als je een bijna fysieke afkeer hebt van jaarlijks terugkerende gebeurtenissen als Kerst, Koningsdag en je geboortemoment.

Het woordje ‘bijna’ is trouwens een eufemisme: als ik de verhalen van mijn moeder mag geloven, ging ik tot mijn twaalfde de eerste week van oktober elke dag over mijn nek.

Een middagje opera

We logeerden in het appartement van Amsterdamse vriend P. In een ver verleden kregen we hem zo gek getuige bij ons huwelijk te zijn. Dit keer was hij gastheer en reisleider in de Big Apple en we zaten dus voor nop in Midtown Manhattan. Tot zover het goede financiële nieuws.

Als verjaardagscadeau hadden de heren een middagje opera gepland. Ik ben natuurlijk zo’n lul die even online gaat kijken wat zoiets kost en ik zag zesderangsplaatsen voor $ 315,-. Een vergelijkbaar kaartje kost in Amsterdam (met volgens velen – inclusief ondergetekende – het beste operahuis ter wereld) de helft. Natuurlijk: de andere helft is subsidie, maar toch.

Hetzelfde geldt voor musea en andere attracties. Metropolitan Museum: $ 25,-. Het MoMa (alleen de vijfde en hoogste verdieping is interessant en er was zichtbaar en hoorbaar een verbouwing aan de gang): idem. The Frick Collection (google it): ongeveer precies hetzelfde. En even op en neer naar de zeventigste verdieping in het Rockefeller Center: $ 44,- (pp.) inclusief verplichte film, foto en wachtrij.

Failliet

Voor horecatijgers als ik is New York een ramp. Restaurant- en cafébezoek kost een fortuin. Een minder dan gemiddelde fles wijn bestel je voor $ 44,-. Voor de duidelijkheid: in een minder dan gemiddeld restaurant, waar elke gang minstens $ 25,- kost. Ex de fooi van 20% dus. Als we in plaats van zes dagen, zes weken waren gebleven, waren we failliet geweest.

Even terug naar die subsidies, of liever: de afwezigheid daarvan. Gek genoeg is openbaar vervoer goedkoop, zelfs de veerponten die om Manhattan heen varen kosten bijna niets. Een fantastische optie voor wie de woekeraars ten zuiden van het financial district (Wall Street!) wil vermijden. En over lage prijzen gesproken: fans van Nike, Levi’s en Tommy Hilfiger zijn in New York aan het juiste adres.

Maar er is meer vrolijks. Winkeljongens en -meiden zijn cool. Ik wilde hier eerst schrijven: ‘vet’, maar dat is in dit verband wat al te letterlijk. Philippe’s prachtige benen werden aan een test onderworpen middels het passen van een rokje. De sneakerverkoper trok op commando niet alleen zijn schoenen, maar ook zijn sokken uit – wat natuurlijk nóg geiler is – en de jongen van de souvenirshop bij de gym om de hoek van ‘ons’ appartement deed shirtless zijn oefeningen voor.

Zelfs de biljarttafel staat op dezelfde plaats

Doordat zowat iedereen in New York openlijk LHBT+ kan zijn, valt het homo-uitgaansleven wat tegen. Als je nooit en nergens de hetero hoeft uit te hangen, waarom zou je dan ‘s avonds naar een gay bar of een party gaan? Buiten dat: online is een date zo gescoord. Voor seks hoef je de deur niet meer uit. Of je nu in Amsterdam woont of in New York.

Mede daardoor maakt bijvoorbeeld de iconische Stonewall Inn een anachronistische indruk. Het café (toch al een zeldzaamheid in Manhattan) verschilt in niets van de Amsterdamse Spijkerbar. Zelfs de biljarttafel staat op dezelfde plaats. Het is daar 1998, wat ons deed denken aan de periode waarin we de onheilspellende leeftijd van dertig jaar naderde. Dit gevoel werd nog versterkt door muziek uit de nineties, de uit elkaar vallende barkrukken en de rolstoel-wc op de eerste verdieping.

Maar goed, vermakelijk was het allemaal wel. Ook leuk was het, dat de portier de fooi weigerde. Dat maakte het uitgaan voor New Yorkse begrippen toch een stuk voordeliger. Als ik goed reken, word ik volgend jaar vijftig. Dan heeft Philippe een reisje naar Tokyo gepland. Vast een stuk goedkoper.