Author Archives: Norbert Splint

About Norbert Splint

Rotten Childhood is het privéblog van de Amsterdamse tekstschrijver Norbert Splint. Op dit blog lees je over zijn verbazing, ergernis en woede. Er wordt van alles de stront in geduwd: de vanzelfsprekendheid van een gezinsleven, de noodzaak van een publieke omroep, de PvdA, kortom: je kunt het zo gek niet bedenken of het is onderwerp van een posting. Rustig of druk, zwalkend of strak, rancuneus of vergevingsgezind: alle gemoedstoestanden komen langs. Verdere gespreksonderwerpen: ‘Wat moeten mensen toch buiten de stad?’, ‘Het onnatuurlijke van heteroseksualiteit (of: van monogamie)’ en ‘Waarom vrouwen zo graag fietsen.’ Elke vrijdag krijg je –gratis- een aflevering van De ZorgPartij. een klucht in de vorm van een feuilleton. De ZorgPartij behelst het eerste en tevens laatste jaar van de politieke loopbaan van Homo Blad-hoofredacteur Harry Kardol. Omdat zijn tijdschrift een stille dood dreigt te sterven en hij daardoor brodeloos wordt, aanvaardt hij het aanbod lijsttrekker te worden van de ZorgPartij (ZP). Eclatant verkiezingssucces leidt tot het fractievoorzitterschap en een bliksemcarrière in Den Haag. Harry’s roem stijgt tot grote hoogten en in de peilingen stijgt zijn zetelaantal navenant. Totdat spoken uit het verleden opduiken. Reageren: kan. Maar net als in het echte leven geldt ook hier: verwacht nooit iets terug.

Twintig graden of meer: lente! En verhalen!

Intussen is het stof van de publicatie van en de publiciteit rond Dood kind neergedaald. Graag dank ik iedereen die heeft meegewerkt: (eerste) lezers, de jongens op de uitgeverij, de kopers en natuurlijk ook de verkopers, zeker die van Scheltema aan het Rokin.

Ook het avontuur met (de mannen) van De Gaykrant is alweer voorbij. Samen hebben we een leuk en leerzaam half jaar gehad, waarin we elkaar en anderen goed hebben leren kennen. Dat betekent soms dat je eerder van elkaar afscheid moet nemen dan dat je aanvankelijk had gedacht.

De thermometer tikt de twintig graden aan of zelfs meer. Dat betekent dat het lente is, maar ook  – zeker gezien het bovenstaande – dat er weer geschreven gaat worden. Van mijn volgende bundel is al een (1) verhaal af. Het heet Kerstcantate en gaat over een alleenstaande mevrouw op het Noord-Hollandse platteland, die haar leven overdenkt, gezeten in een elektrische rolstoel.

Ook met het volgende verhaal ben ik aardig op streek. Ditmaal is een Filipijnse jongeman de hoofdfiguur. Hij wordt benaderd door een ongeveer vijftigjarige man die in de buurt woont van het hotel waar hij (die jongen dus) werkt. Ja: ‘ze krijgen elkaar’ en nee: meer vertel ik niet.

Koop voor kerst Dood kind

Natuurlijk tuigt iedereen dit weekend de kerstboom op. Want het is Kerstmis. We (nou ja: bijna alle mensen) vieren daarmee de geboorte van een kind dat zichzelf de zoon van God noemde en dat met de dood, 33 jaar later, moest bekopen.

Dus welk cadeau past beter onder de kerstboom dan het boek Dood kind?

De titel zegt in feite alles – zoals elke goede titel. En over titels gesproken: het titelverhaal is de kerstvertelling van de eeuw. Ja: de eenentwintigste. Advies: allemaal in een slee-met-rendier naar Scheltema (foto rechtsonder) of klikken op een online boekenman (m/v).

Dood Kind in Gay News

In Gay News een spread over Dood kind. De titel klopt al helemaal: iedereen blijft alleen achter. Lees het nu en weet daarna alles over mijn nieuwe boek. En vervolgens: rennen naar Scheltema – of blijf achter je laptop (o.i.d) zitten en bestel Dood kind online.

Presentatie verhalenbundel Dood kind groot succes

Presentatie verhalenbundel Dood kind groot succes

Dinsdag 6 november vond de presentatie plaats van Norbert Splint’s eerste verhalenbundel Dood kind. In een afgeladen VOC Café De Schreierstoren overhandigde Jeroen van der Starre van Uitgeverij U2pi het eerste exemplaar aan Guus Sluiter, directeur van Nationaal uitvaartmuseum Tot Zover.

De avond werd gepresenteerd door uitvaartondernemer en columnist Niels Jens van Niels Jens Uitvaartzorg. Het publiek, soms ingetogen, soms uitgelaten, bemachtigde snel een gesigneerd exemplaar. Splint: ‘Dat iedereen enthousiast is, doet me natuurlijk deugd. Ook ben ik blij met aandacht in vakbladen als Relevant (NVVE) en Vakblad Uitvaart (ondertitel: “Onafhankelijk tijdschrift rondom de dood”). Daarnaast verschijnen artikelen in bekende gay media als De Gaykrant en Gay News, zowel print als online.’

Inmiddels ligt het boek ook gewoon in de boekwinkel, bijvoorbeeld Scheltema aan het Rokin. De grootste en beste boekwinkel van Amsterdam. Wie te lui is of geen zin heeft om de deur uit te gaan, kan natuurlijk ook gewoon naar de webwinkel. Google ‘Norbert Splint dood kind’ en het wijst zich vanzelf.

 

Brief uit New York

Om mijn negenenveertigste verjaardag iets draaglijker te maken, verbleven Philippe en ik vorige week in New York. Je moet toch wát, als je een bijna fysieke afkeer hebt van jaarlijks terugkerende gebeurtenissen als Kerst, Koningsdag en je geboortemoment.

Het woordje ‘bijna’ is trouwens een eufemisme: als ik de verhalen van mijn moeder mag geloven, ging ik tot mijn twaalfde de eerste week van oktober elke dag over mijn nek.

Een middagje opera

We logeerden in het appartement van Amsterdamse vriend P. In een ver verleden kregen we hem zo gek getuige bij ons huwelijk te zijn. Dit keer was hij gastheer en reisleider in de Big Apple en we zaten dus voor nop in Midtown Manhattan. Tot zover het goede financiële nieuws.

Als verjaardagscadeau hadden de heren een middagje opera gepland. Ik ben natuurlijk zo’n lul die even online gaat kijken wat zoiets kost en ik zag zesderangsplaatsen voor $ 315,-. Een vergelijkbaar kaartje kost in Amsterdam (met volgens velen – inclusief ondergetekende – het beste operahuis ter wereld) de helft. Natuurlijk: de andere helft is subsidie, maar toch.

Hetzelfde geldt voor musea en andere attracties. Metropolitan Museum: $ 25,-. Het MoMa (alleen de vijfde en hoogste verdieping is interessant en er was zichtbaar en hoorbaar een verbouwing aan de gang): idem. The Frick Collection (google it): ongeveer precies hetzelfde. En even op en neer naar de zeventigste verdieping in het Rockefeller Center: $ 44,- (pp.) inclusief verplichte film, foto en wachtrij.

Failliet

Voor horecatijgers als ik is New York een ramp. Restaurant- en cafébezoek kost een fortuin. Een minder dan gemiddelde fles wijn bestel je voor $ 44,-. Voor de duidelijkheid: in een minder dan gemiddeld restaurant, waar elke gang minstens $ 25,- kost. Ex de fooi van 20% dus. Als we in plaats van zes dagen, zes weken waren gebleven, waren we failliet geweest.

Even terug naar die subsidies, of liever: de afwezigheid daarvan. Gek genoeg is openbaar vervoer goedkoop, zelfs de veerponten die om Manhattan heen varen kosten bijna niets. Een fantastische optie voor wie de woekeraars ten zuiden van het financial district (Wall Street!) wil vermijden. En over lage prijzen gesproken: fans van Nike, Levi’s en Tommy Hilfiger zijn in New York aan het juiste adres.

Maar er is meer vrolijks. Winkeljongens en -meiden zijn cool. Ik wilde hier eerst schrijven: ‘vet’, maar dat is in dit verband wat al te letterlijk. Philippe’s prachtige benen werden aan een test onderworpen middels het passen van een rokje. De sneakerverkoper trok op commando niet alleen zijn schoenen, maar ook zijn sokken uit – wat natuurlijk nóg geiler is – en de jongen van de souvenirshop bij de gym om de hoek van ‘ons’ appartement deed shirtless zijn oefeningen voor.

Zelfs de biljarttafel staat op dezelfde plaats

Doordat zowat iedereen in New York openlijk LHBT+ kan zijn, valt het homo-uitgaansleven wat tegen. Als je nooit en nergens de hetero hoeft uit te hangen, waarom zou je dan ‘s avonds naar een gay bar of een party gaan? Buiten dat: online is een date zo gescoord. Voor seks hoef je de deur niet meer uit. Of je nu in Amsterdam woont of in New York.

Mede daardoor maakt bijvoorbeeld de iconische Stonewall Inn een anachronistische indruk. Het café (toch al een zeldzaamheid in Manhattan) verschilt in niets van de Amsterdamse Spijkerbar. Zelfs de biljarttafel staat op dezelfde plaats. Het is daar 1998, wat ons deed denken aan de periode waarin we de onheilspellende leeftijd van dertig jaar naderde. Dit gevoel werd nog versterkt door muziek uit de nineties, de uit elkaar vallende barkrukken en de rolstoel-wc op de eerste verdieping.

Maar goed, vermakelijk was het allemaal wel. Ook leuk was het, dat de portier de fooi weigerde. Dat maakte het uitgaan voor New Yorkse begrippen toch een stuk voordeliger. Als ik goed reken, word ik volgend jaar vijftig. Dan heeft Philippe een reisje naar Tokyo gepland. Vast een stuk goedkoper.

Microben aan het neuken

Op 6 november aanstaande verschijnt mijn nieuwe verhalenbundel Dood kind bij de Haagse uitgeverij U2pi. Inmiddels zijn de beslissingen genomen over de voorkant, de achterplat, de rug en niet te vergeten over de inhoud.

Thans zijn we in het redactiestadium. Ik kreeg een Pak van Sjaalman binnen van een enthousiaste redactrice die mij aangaande sommige onderwerpen stevig met mijn neus op de feiten drukte.

Zo komt er een verhaal in het boek voor dat gaat over een joodse vrouw die… (en dat verklap ik niet). Het gaat om dat joodse… of Joodse (let op de hoofdletter). Commentaar van de redactrice: ‘Een Jood behoort tot het Joodse volk, het Jodendom (in etnisch-culturele zin), de Joodse gemeenschap, enz. Als het om een religieuze aanduiding gaat, zijn jood, jodin, joods en jodendom juist, met een kleine letter, net als christen, christendom, hindoe, hindoeïstisch, moslim en moslima.’ Wat je natuurlijk behoort te weten als je ook zelf in het vak zit.

Maar er is meer. Plotseling word je geconfronteerd met (je gebrek aan) correct leestekengebruik, zaken als ‘o’ en ‘oh’ en het al dan niet gebruiken van een hoofdletter als de Heilige Familie ter sprake komt. Ook ben ik geen ster in de distributie van haakjes, streepjes en tussenwerpsels om nog maar te zwijgen van puntjes op het eind…

Het is gemiereneuk (of is dat met dubbel n?), maar dat kan nu eenmaal niet anders in dat even veelbesproken als veelgeroemde (en vervloekte) redactiestadium. Desondanks doet het me denken aan een artikel dat ik 25 jaar geleden moest lezen van een Universitair docente Taalkunde. De titel van het stuk luidde: ‘Wat betekent ‘toch’ toch?’ Kijk, dan weet je het wel. Hier waren geen mieren, maar microben aan het neuken. Mevrouw was dan ook niet blij met mijn reactie onder de titel: ‘Wat betekent ‘nou’ nou?’

Gelukkig leeft ze niet meer.

Hoewel ik beken benieuwd te zijn naar wat ze had gevonden van de geredigeerde versie van Dood kind.

Het ene boek (Dood kind, verschijningsdatum 6 november 2018) ligt nog niet eens bij de redacteur, of het openingsverhaal van het andere boek (Kerstcantate, te verschijnen 2021) is in handen van de eerste lezer. Eigenlijk best trots op de beste openingszin (van mij dan) ever! Volg dit blog voor meer info over Dood kind en het vervolg.