057

De ZorgPartij: een snipper uit de prullenbak…

Daar deed hij zijn gulp dicht en veegde zijn handen af aan zijn broek. In overleg met Evert en Alphons, had Spijker een aantal bijeenkomsten met potentiële kiezers gepland. Wie weet konden daar ook vrijwilligers uit worden gerekruteerd, er was immers nog veel werk te doen. De eerste meeting was met een vertegenwoordiger van de Stichting Toen en Nu Actief. Alphons had een mapje gemaakt met daarin alle voor Harry relevante informatie. Hij legde het op tafel en begon te lezen.

‘Toen en Nu Actief is een stichting die tot doel heeft arbeidsuitgeschakelden uit alle delen van de maatschappij en uit alle regio’s van Nederland bij elkaar te brengen om de weekenden, maar soms ook de weekdagen zinvol door te brengen. We komen samen in centraal gelegen plaatsen: Utrecht, Amersfoort en Apeldoorn en omgeving. De donateurs zijn afkomstig uit alle lagen van de bevolking, maar zijn over het algemeen werkzaam geweest in de zorg, binnen het onderwijs en voor culturele instellingen. Dat schept gemeenschappelijke interesses: wandelen, fietsen, museumbezoek, natuurstudie en -behoud en op regelmatige basis wordt er een lezing of een workshop georganiseerd. Niet voor niets is een van de motto’s van Toen en Nu Actief: ‘Je bent nooit te oud om te leren.’’

O Jezus, dacht Harry en ging zitten. De stoel kraakte daarbij vervaarlijk. Met zijn mouw veegde hij een paar verse koffievlekken van het formica. Het mapje schoof hij terzijde en hij pakte een stapeltje A4tjes met daarop het logo van het Homo Blad. Dat bestond uit een gestileerd silhouet van Freddy Mercury, compleet met weelderig haar en forse snor. Ernaast schreef hij: ‘Toen en Nu Actief’. Alphons kwam opgewekt binnen: ‘Harry, ik heb Meneer Captein voor je!’

‘Van de Stichting Toen en Nu Actief?’

‘Jazeker!’ klonk het in koor, want de bariton van Alphons had zich intussen harmonieus gemengd met de hoge tenorstem van een klein mannetje dat zich tussen hem en de deuropening had door geperst. Met een paar nordic walking stokken duwde hij Alphons opzij. Die gebaarde naar Harry dat hij het ook niet allemaal begreep en verdween naar de gang, richting zijn eigen kamer. ‘Ik ben Arie Captein! Hoofdletter C korte ei!’ riep het kereltje. Hij liep richting Harry. Die stond op, stelde zich voor en schoof een stoel bij. Hij kreeg bijna een oprisping, maar zei nog net op tijd: ‘Neem plaats, Arie.’

‘Dank je,’ zei die, ‘ik heb veel van je gehoord.’

‘Mooi,’ antwoordde Harry en ging weer zitten. Bijna ongemerkt stak hij een Rennie in zijn mond. ‘Luister Arie, we hebben je adresgegevens van Rien Spijker. We zoeken eigenlijk twee dingen. Allereerst: dé ZP-stemmer. We weten eerlijk gezegd niet wie dat is. De ZorgPartij richt zich in principe op alle ouderen. Dus niet alleen op senioren met een zorgbehoefte, al komt het daar in de wat hogere leeftijdscategorieën natuurlijk wel op neer.’

‘Per definitie,’ vatte Arie een en ander samen. ‘Natuurlijk,’ zei Harry die niet wist wat een definitie was. Snel ging hij verder. ‘Omdat ouderen de laatste jaren telkens opnieuw zijn gepakt als het gaat om hun AOW, hun pensioen, hun AWBZ en bijvoorbeeld ook hun aanspraak op zorgvoorzieningen, zoals incontinentieluiers en stomamateriaal, concentreren we ons in principe op alle mensen die mede door de foute regeringsbesluiten van het afgelopen decennium koopkrachtverlies hebben geleden. De oorzaken, dat weet je, zijn legio. De hogere BTW, de combinatie van accijnsverhoging met het rookverbod in kleinere cafés, het stevig toegenomen eigen risico binnen de basisverzekering, de toegenomen macht én winst van de zorgverzekeraars, noem maar op: het is allemaal eigenlijk te gek voor woorden. Ik, ik bedoel, wij, wij hebben nu eindelijk de kans om samen met de… .’

‘Maar Harry,’ interrumpeerde Arie hem, ‘al die maatregelen gelden toch niet alleen voor mensen van onze leeftijd? We zouden juist moeten zoeken naar punten die voor senioren van belang zijn. Ik denk dan aan…’

‘Nou, maar ik ben nog niet klaar,’ riep Harry er doorheen. ‘Want waar we ook nog naar zoeken is naar een compleet ouderenleger van belangeloze menskracht. Geen mankracht, geen vrouwen power: menskracht! Iedereen is welkom. Je weet: de ZorgPartij is een arme club. We kunnen op een enkel Eerste Kamerlid en diens medewerker na, geen betaalde krachten aannemen.’ Hij zag dat Arie naar zijn gouden Breitling keek. Een paar keer schoof hij tussen het praten door met zijn jasje over de armleuning van zijn stoel die daardoor nog hinderlijker ging kraken. Het resultaat was gelukkig wel, dat zijn mouw over zijn horloge gleed die daardoor aan het zicht werd onttrokken.

Hoewel Harry er aan had gedacht rustig te blijven en zijn stem niet te laten overslaan, was dit niet helemaal gelukt. Hij zuchtte even en concentreerde zich op zijn ademhaling. Intussen merkte hij dat Arie zat te wachten op een conclusie. Zoiets als: omdat we een armlastige partij zijn, werken we alleen maar met vrijwilligers. Hij zoog op zijn Rennie en formuleerde zijn volgende vraag. ‘Wat ik eigenlijk weten wil: wat heb je gedaan gedurende je arbeidzame leven?’

‘Leuk dat je het vraagt!’ zei Arie opgetogen. ‘Ik was Beleidsmedewerker Fietsverkeer bij de afdeling Infrastructuur van de Provincie Flevoland te Lelystad.’ Harry zei niets. Eigenlijk was hij vooral overbluft door de volstrekte overbodigheid van de baan die Arie vroeger had gehad. Maar kwam dat niet even goed uit? Want ondanks dat, of juist daardoor, was de man net zo van waarde voor de ZorgPartij als al die andere nuttige idioten waaruit het vrijwilligerscorps van elke politieke partij werd samengesteld. Canvassen en kop dicht, luidde het motto dat hij van ex-PvdA-er Spijker had overgenomen.

Hij slikte wat maagzuur en de Rennie weg en maakte een paar aantekeningen op het Homo Blad-briefpapier. ‘Uh… ja… mooi. Goed! Komt eigenlijk uitstekend uit, want binnenkort open ik officieel de wijk Maaiveld in Almere. Een nieuwe buurt vol straatnamen van minderheden. Daar ben je vast wel bekend.’ Arie knikte. Het leek wel of zijn hoofd op een steeltje stond, zo dun was zijn nek. ‘Er wordt ook ingezet op minderheden om die wijk te kunnen bevolken. Voor elke minderheid is er een wijk. Om het mensen met een beperking makkelijk te maken zijn er geen trottoirs, voor homo’s worden bosjes aangelegd en de moslims wonen apart, aan de oostkant, met het raam naar Mekka. Logisch trouwens dat ikzelf ben gevraagd voor de opening. Er is immers geen minderheid zo klein of ik heb er ervaring mee. Maar goed, Arie, laten we daarmee dan beginnen. Als jij op verkenning gaat in Maaiveld en uitzoekt hoe bijvoorbeeld die straatnamen precies zijn gaan heten, dan verwerk ik dat in mijn speech. Of er nou een straat naar 50plussers is genoemd of niet: we kunnen er iets mee. Overal is er altijd wel iets te veel van of juist te weinig. Zo gaat dat in de politiek. Bel me deze week even over wat je aantreft, ok?’

‘Prima, maar kan ik niet mailen? Heb je meteen wat tips voor je speech op papier.’

‘Nou, ik heb liever dat je belt. Kunnen we meteen overleggen as we speak!’

‘Komt in orde,’ zei Arie en keek om, of zijn nordic walking stokken er nog wel stonden. ‘Wil je niet weten wat ik allemaal heb gedaan voor Toen en Nu Actief?’

‘Natuurlijk wel,’ zei Harry verstrooid en begon een nieuwe alinea op zijn aantekenblaadje. ‘We waren er alleen nog niet aan toegekomen. Vertel maar!’ Arie deed de gespen van zijn sandalen los, ging verzitten en stak van wal.